Challenge-Based Learning (2)

Challenge-Based Learning als kans voor student én professional in Leven Lang Ontwikkelen

Er zijn van die bijeenkomsten waar je na afloop merkt dat je hoofd nog lang niet klaar is met denken. Het webinar Challenge-Based Learning als kans voor student én professional in een Leven Lang Ontwikkelen was precies zo’n uur. Niet omdat het onderwerp nieuw is — CBL zingt inmiddels al een tijdje rond in hogescholen, universiteiten en praktijkgerichte netwerken — maar omdat dit webinar eindelijk scherp liet zien wat er gebeurt als je het perspectief van de professional echt serieus meeneemt.

We hebben het vaak over Leven Lang Ontwikkelen (LLO) alsof het iets is dat “nodig” is: door technologische ontwikkelingen, door geopolitieke verschuivingen, door duurzaamheidstransities en natuurlijk door de immer aanwezige AI. Maar in dit webinar werd voelbaar dat leren niet alleen noodzaak is, maar ook een kans: voor professionals om in beweging te blijven, voor studenten om betekenisvol te leren, en voor organisaties om innovatie daadwerkelijk te versnellen.

Van wicked problems naar gezamenlijk leren

De rode draad door het gesprek met Yvette Baggen (WUR) en Mariëlle Verhoef-van Lier (HAN) was helder: Challenge-Based Learning komt volledig tot zijn recht in situaties waar geen duidelijke, vooraf gedefinieerde oplossing bestaat. In de literatuur worden deze issues met een mooi woord wicked problems genoemd — complexe vraagstukken met onduidelijke grenzen, verschillende belangen, tegenstrijdige perspectieven en een hoge mate van onzekerheid.

Het mooie van CBL is dat het precies dáár begint waar traditionele onderwijsvormen vaak stoppen. Niet met een duidelijke opdracht, maar met een beginpunt. Niet met één discipline, maar met alle betrokkenen die samen in hetzelfde onbekende stappen. Dat is ook meteen wat CBL zo waardevol maakt voor LLO. Het is niet leren voor later, maar leren tijdens het oplossen van iets dat er nú toe doet.

Waarom dit zo relevant is voor professionals

Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs dook in drie casussen (twee binnen de HAN, één bij WUR) en spraken daarin met professionals, docenten en ontwerpteams.
De uitkomst was opvallend consistent: professionals leren tijdens Challenge-Based Learning vaak iets anders dan ze vooraf verwachten. Ze stappen in met de hoop op actuele kennis — “het nieuwste van het nieuwste van de hogeschool of universiteit”. Maar wat ze eruit halen is veel fundamenteler.

In complexe praktijksituaties zien we telkens weer hoe belangrijk het is dat professionals ervaren dat ze zelf invloed hebben op wat er gebeurt. Bandura beschreef al hoe dat gevoel van zelfeffectiviteit motivatie en leergedrag versterkt, en precies dat komt naar voren wanneer mensen de ruimte krijgen om hun eigen regie te pakken. Het vraagt tegelijkertijd om adaptief vermogen: niet blijven hangen in regels of werkwijzen “zoals het hoort”, maar meebewegen met wat het vraagstuk op dat moment van je vraagt.

Daarbij speelt reflectie een grote rol. Professionals kijken niet alleen naar wat ze doen, maar vooral naar hoe hun handelen past binnen een voortdurend veranderende omgeving. Juist dat maakt dat ze blijven leren. En wanneer ze samenwerken over de grenzen van hun eigen beroepsrol heen, ontstaat er iets waardevols. In veel onderzoek wordt dit boundary crossing genoemd, een proces dat vaak leidt tot diepere professionele ontwikkeling omdat je wordt uitgedaagd om eigen aannames ter discussie te stellen en elkaars perspectieven te verbinden.

Wat in de gesprekken misschien wel het meest naar voren kwam, is hoe betekenisvol het voor mensen is om te werken aan een vraagstuk dat er écht toe doet. Geen fictieve casus, geen gesimuleerde oefensituatie, maar een probleem dat in de werkelijkheid bestaat en om oplossingen vraagt. Dat geeft energie. De rol van motivatie in leren is al decennialang bekend, maar hier werd opnieuw duidelijk hoe krachtig het werkt wanneer de inhoud klopt met de intrinsieke drijfveren van professionals. Ze voelen dat hun bijdrage verschil maakt — en dat verandert alles.

De docent als co-learner

Een mooi voorbeeld van Challenge Based Learning is de Master Circulaire Economie die door Franceina van Zalk werd toegelicht. De opleiding is vanaf de grond opgebouwd rond wicked problems. Geen vaste vakken, maar drie pijlers: (1) het praktijkvraagstuk, (2) een theoretische lijn en (3) ontwerpgericht onderzoek. En daartussen: docenten die coachen in plaats van zenden.

Dat is geen kleine verandering. Het vraagt moed, flexibiliteit en een lerende houding. In de wetenschappelijke literatuur wordt deze rol al langer benoemd als “facilitative teaching”: docenten die meereizen, die vragen stellen in plaats van antwoorden geven, die grenzen bewaken zonder het leerproces te sturen. Het webinar maakte zichtbaar hoe rijk en uitdagend die rol in de praktijk is.

Hybride docenten: de brug die we nodig hebben

Een tweede praktijkvoorbeeld kwam van René Suiker (TU/e en ASML). Zijn rol als “hybrid teacher” liet prachtig zien wat er gebeurt als professionals uit de praktijk letterlijk in het onderwijs stappen. Een hybride docent hoeft niet alles te weten (niemand weet alles bij wicked problems), maar hij brengt realiteit binnen: van projectmanagement tot Agile‑werken, van stakeholders tot technische experts.

Voor ASML levert dat maatschappelijk engagement, zichtbaarheid én nieuwe kennisstromen op. Voor de TU/e betekent het levensechte context, actuele expertise en rolmodellen voor studenten. Voor professionals zoals René zelf levert het werkgeluk, vitaliteit en een stevig ontwikkelpad op. (Helker, Bruns, Reymen, & Vermunt, 2024)Dit is precies waar LLO over gaat: leren als wisselwerking, niet als éénrichtingsverkeer.

Toetsen, verwachtingen en de complexiteit van onzekerheid

Een vraag van de deelnemer aan het webinar ging over toetsing: Als het leerproces belangrijker is dan de oplossing, hoe toets je dan eerlijk? Het eerlijke antwoord: dit is werk in uitvoering. Assessment bij CBL is een bekend grensgebied waar internationaal nog veel onderzoek naar loopt.

Wat in de casussen duidelijk werd is dat studenten niet altijd een volledig werkende oplossing opleveren maar wél een doorleefde analyse, een ontwikkelrichting, een prototype, of een onderbouwd voorstel. Maar daarnaast ook een aantoonbaar leerproces dat aansluit bij de leerdoelen.

Organisaties moeten hun verwachtingen hierin aanpassen. Niet sturen op “het opdrachtgeverproduct”, maar op “puzzelstukjes die bijdragen aan het grotere vraagstuk”. Dat is precies de kern van CBL.

Mindset voor een Leven Lang Ontwikkelen

Wat mij persoonlijk het meest bijbleef, was de wisselwerking tussen de drie perspectieven. Studenten die leren omgaan met onzekerheid, samenwerken, verantwoordelijkheid nemen. Professionals die reflecteren, herijken en hun handelingsrepertoire vergroten en organisaties die innovatie aanjagen door ruimte te maken voor experiment, co‑creatie en frisse blikken.

Challenge-Based Learning is daarmee een mindset. Een manier om leren, werken en innoveren met elkaar te verweven. Dit vraagt van instellingen tijd, ruimte, flexibiliteit, andere toetsvormen, vertrouwen en nieuwe rollen voor docenten.

Tot slot: de échte uitdaging

Challenge-Based Learning vraagt om lef. Niet alleen van studenten, maar van iedereen in het systeem. Lef om te werken vanuit onzekerheid. Lef om de vaste structuren soms los te laten. Lef om te vertrouwen op het proces van gezamenlijk leren. Maar wie dat aandurft, ontdekt dat CBL precies dat biedt wat LLO nodig heeft: een omgeving waarin mensen van alle leeftijden leren omdat het ertoe doet, niet omdat het moet.

Bronnen

Gallagher, S. E., & Savage, T. (2020). Challenge-based learning in higher education: an exploratory literature review. TEACHING IN HIGHER EDUCATION, pp. 1 – 23.

Helker, K., Bruns, M., Reymen, I. M., & Vermunt, J. D. (2024, februari 15). A framework for capturing student learning in challenge-based learning. Sage Journals, 26(1).

Hoenderboom, G. (2024, november 8). Challenge Based Learning. Opgehaald van Partner in Leren: https://partnerinleren.nl/challenge-based-learning/