Lerend kwalificeren: van examenmoment naar ontwikkelverhaal

“Waarom één examenmoment steeds minder past bij vakmanschap”

Wat als een student niet pas tijdens een examen hoeft te laten zien wat hij kan, maar gedurende de hele opleiding bewijst hoe hij zich ontwikkelt? Tijdens het NetOO-webinar over lerend kwalificeren gaf Paul Swinkels, onderwijsmanager Horeca van het Koning Willem I College, een inkijkje in een aanpak die het denken over beoordelen fundamenteel verandert.

Waarom wachten tot het examen?

Veel docenten herkennen het dilemma. Je ziet een student maandenlang groeien, oefenen en steeds beter worden in het vak. Toch moet diezelfde student tijdens een formeel examen nog één keer bewijzen dat hij bekwaam is. Dat ene moment bepaalt vervolgens grotendeels het oordeel. Maar hoe betrouwbaar is zo’n momentopname eigenlijk?

Vanuit die vraag is binnen de horecaopleidingen van het Koning Willem I College de beweging naar lerend kwalificeren ontstaan. Het uitgangspunt is eenvoudig: bekwaamheid toon je niet op één dag. Bekwaamheid laat zich zien in een reeks ervaringen, situaties en prestaties gedurende de hele opleiding.

Geen examen als eindpunt, maar ontwikkeling als bewijs

Bij lerend kwalificeren verzamelen studenten gedurende hun opleiding bewijs van hun ontwikkeling. Dat gebeurt niet alleen via opdrachten, maar vooral door feedback uit de praktijk.

Docenten, praktijkbegeleiders en leermeesters geven voortdurend terugkoppeling op het handelen van de student. Daarnaast verzamelen studenten reflecties, werkkaarten, observaties en stagebewijzen. Paul Swinkels gebruikte tijdens het webinar een mooie metafoor: de verzamelde leerbewijzen zijn als pixels.

Eén pixel vertelt weinig. Maar wanneer tientallen of zelfs honderden pixels samen een afbeelding vormen, ontstaat een betrouwbaar en rijk beeld. Sommige studentdossiers bevatten uiteindelijk meer dan honderd datapunten. Juist die hoeveelheid informatie maakt het mogelijk om een goed onderbouwd oordeel te geven over de beroepsbekwaamheid van een student.

Lerend kwalificeren begint niet bij toetsen

Een belangrijke boodschap tijdens het webinar was dat lerend kwalificeren geen toetsinstrument is dat je zomaar kunt invoeren. Het vraagt om een duidelijke visie op leren en ontwikkelen.

Binnen de horecaopleidingen van het Koning Willem I College staat leren in de praktijk centraal. Vanuit die visie is het logisch dat ook de beoordeling voor een groot deel gebaseerd wordt op wat studenten dagelijks laten zien in authentieke beroepssituaties. De toetsing volgt daarmee het leren, in plaats van andersom.

Feedback als motor van ontwikkeling

Wie lerend kwalificeren zegt, zegt feedback. Niet feedback als oordeel, maar als hulpmiddel om verder te groeien. Studenten leren actief feedback uit te vragen op concrete leerdoelen. Bijvoorbeeld op hun samenwerking tijdens een dienst, hun voorbereiding van werkzaamheden of hun communicatie met gasten.

Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het vraagt een andere houding van studenten. Zij worden eigenaar van hun ontwikkeling. Ze wachten niet totdat een docent vertelt hoe het gaat, maar nemen zelf initiatief om inzicht te krijgen in hun voortgang.

Onderzoek naar feedback en zelfregulerend leren laat zien dat juist deze actieve rol van studenten een belangrijke voorwaarde is voor diepgaand leren. Studenten die gericht feedback zoeken, ontwikkelen vaak meer eigenaarschap en leren effectiever van praktijkervaringen.

Wat verandert er voor docenten?

Ook voor docenten betekent lerend kwalificeren een verandering. De focus verschuift van controleren en beoordelen naar observeren, coachen en begeleiden.

Dat vraagt andere vaardigheden. Goede feedback geven blijkt minstens zo belangrijk als goed beoordelen. Docenten worden meer betrokken bij het leerproces van studenten en volgen hun ontwikkeling veel intensiever.

Tegelijkertijd brengt deze aanpak nieuwe organisatorische uitdagingen met zich mee. Feedback moet worden vastgelegd, geordend en toegankelijk zijn. Digitale ondersteuning speelt daarbij een cruciale rol.

De kracht van digitale ondersteuning

Interessant was om te horen hoe de opleidingen stap voor stap hebben geëxperimenteerd met verschillende digitale oplossingen. Waar eerst werd gewerkt met Forms, Excel en Markers, wordt inmiddels gebruikgemaakt van Peilstok van Fringe.

Zo’n systeem maakt het mogelijk om feedback te verzamelen, werkkaarten te beheren, rubrics in te vullen en ontwikkelingen zichtbaar te maken in dashboards. Ook praktijkopleiders kunnen eenvoudig bijdragen aan het dossier van de student. Daardoor ontstaat een completer beeld van het functioneren in verschillende contexten. Precies dat brede perspectief maakt lerend kwalificeren sterk.

En hoe zit het dan met diplomering?

Een van de vragen die vaak opkomt is: als er geen traditioneel praktijkexamen meer is, hoe wordt dan bepaald of een student geslaagd is?

Aan het einde van de opleiding beoordelen twee deskundigen onafhankelijk van elkaar het volledige dossier. Zij analyseren alle verzamelde feedback, bespreken hun bevindingen en komen gezamenlijk tot een verantwoord eindoordeel.

Niet één prestatie telt, maar het patroon dat zichtbaar wordt in de verzamelde gegevens. Daarbij wordt gekeken naar consistentie, ontwikkeling, verschillende beroepssituaties en de kwaliteit van de feedback.

Dat sluit aan bij inzichten uit onderzoek naar programmatisch toetsen, waarin meerdere informatiebronnen samen een betrouwbaarder oordeel opleveren dan een enkel examenmoment.

Samen leren met examencommissie en werkveld

Een succesvolle invoering blijkt niet alleen afhankelijk van docenten en studenten. Vanaf het begin werd ook de examencommissie betrokken bij de ontwikkeling van de aanpak. Daardoor ontstond ruimte voor kritische vragen én gezamenlijk eigenaarschap.

Daarnaast speelt het werkveld een onmisbare rol. Praktijkbedrijven leveren waardevolle feedback op het functioneren van studenten. Tegelijkertijd vraagt dit om voortdurende begeleiding, want goede feedback geven is een vaardigheid die ook leermeesters moeten ontwikkelen.

De ervaringen laten zien dat investeren in deze samenwerking uiteindelijk leidt tot rijkere informatie over de ontwikkeling van studenten.

Waarom deze beweging zo interessant is

Wat tijdens het webinar vooral opviel, is dat lerend kwalificeren niet gaat over minder kwaliteit of minder beoordelen. Integendeel. Het gaat over beter zicht krijgen op wat studenten daadwerkelijk kunnen. Niet op basis van één spannend examenmoment, maar op basis van een doorlopend ontwikkelverhaal.

Die gedachte sluit aan bij een bredere beweging binnen het mbo, waarin flexibilisering, maatwerk en praktijkgericht leren steeds belangrijker worden. Ook ontwikkelingen zoals AI en learning analytics kunnen deze beweging verder ondersteunen door feedback toegankelijker te maken en patronen in leerontwikkeling zichtbaar te maken.

Tot slot

Het webinar maakte duidelijk dat lerend kwalificeren veel meer is dan een andere manier van examineren. Het is een andere manier van kijken naar leren. Wanneer we ontwikkeling centraal stellen in plaats van toetsmomenten, ontstaat er ruimte voor eigenaarschap, betekenisvolle feedback en een rijker beeld van vakbekwaamheid. Dat vraagt moed, visie en samenwerking. Maar de ervaringen binnen het Koning Willem I College laten zien dat deze aanpak niet alleen mogelijk is, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan beter onderwijs.