Monitor leercultuur: zzp’ers en leren

Zzp’ers kenmerken zich door een sterk zelfsturend leer- en werkprofiel: ze zijn zeer tevreden over hun leermogelijkheden, ervaren veel autonomie en bevlogenheid, en ontwikkelen zich vooral via informeel leren in het werk zelf. Hoewel hun deelname aan formele scholing iets lager ligt dan bij werknemers, sluit hun werk doorgaans goed aan op hun competenties, waardoor de behoefte aan opleidingen afneemt.

Zzp’ers leren vooral van de taken die zij uitvoeren en in mindere mate van anderen. De intensiteit van dit informele leren verschuift licht over de tijd. De combinatie van hoge autonomie, gevarieerd werk en sterke betrokkenheid bij de eigen ontwikkeling creëert voor zzp’ers een krachtige leeromgeving. Deze leeromgeving stelt hen in staat om hun vaardigheden vooral praktijkgericht en continu te blijven versterken.

Leergedrag zzp’ers

Onder leergedrag wordt formeel leren – het aantal gevolgde opleidingen en cursussen – en informeel leren op het werk verstaan. We hebben het dan over feitelijk en meetbaar gedrag.

In 2024 heeft de helft van alle zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in de afgelopen twee jaar een opleiding of cursus gevolgd. Dat aandeel is licht gestegen ten opzichte van 2020 en 2022, met een toename van ongeveer vier procentpunten (Tabel 1).

Steeds meer zzp’ers volgen een opleiding of cursus.

In Europees perspectief behaalt Nederland een redelijk goed resultaat voor de deelname aan langdurige opleidingen door volwassenen. Uit de monitor blijkt dat bijna twee derde van de Nederlandse werknemers een opleiding of cursus volgt om het werk beter te kunnen uitvoeren. Werknemers leren daarnaast informeel veel van taken op het werk en van collega’s (Sociaal-Economische Raad en TNO, 2025)..

In 2024 heeft de helft van de zzp’ers in de afgelopen twee jaar scholing gevolgd, een stijging ten opzichte van eerdere jaren maar nog altijd iets lager dan bij werknemers. Zzp’ers leren vooral informeel van taken, al neemt dit geleidelijk af sinds 2020, terwijl het leren van andere mensen juist licht is toegenomen ten opzichte van 2020 maar lager blijft dan bij werknemers. Ook het aandeel zzp’ers dat weinig informeel leert is relatief laag en stabiel.

Zzp’ers leren minder van taken, maar iets meer van mensen.

De algemene trend laat zien dat zzp’ers minder afhankelijk zijn van formele scholing en hun ontwikkeling vooral halen uit het werk zelf, waarbij de intensiteit van informeel leren de afgelopen jaren iets verschuift.

De meeste werknemers volgen een opleiding om het werk beter te kunnen doen (Tabel 2).

De gevoelde urgentie bij zzp’ers

Uit de monitor blijkt dat werknemers leren en ontwikkelen belangrijk vinden. En dit belang groeit onder werkenden: 91,3% van de werknemers vindt leermogelijkheden op het werk belangrijk of heel belangrijk (Tabel 2).

In 2024 vinden zzp’ers het ongeveer even vaak makkelijk om nieuwe dingen te leren voor hun werk als werknemers: respectievelijk 50,3% en 49,5%. Daarnaast geeft 48,2% van de zzp’ers aan dat dit ‘niet makkelijk en niet moeilijk’ is, terwijl 2,3% het moeilijk vindt. Het aandeel zzp’ers dat aangeeft leren makkelijk te vinden, is toegenomen sinds 2020, van 46,3% naar 49,5%.

Zzp’ers zijn tevreden over hun leermogelijkheden en ervaren een betere aansluiting tussen hun competenties en werkzaamheden dan werknemers. Ze voelen zich minder vaak overgekwalificeerd en zien hun leervermogen licht toenemen. Tegelijkertijd daalt de behoefte aan formele scholing, wat kan wijzen op voldoende ontwikkelingsmogelijkheden in hun werk en meer vertrouwen in informeel leren. Over de tijd zijn deze trends redelijk stabiel en positief.

Stimulerende factoren

Onder stimulerende factoren verstaat men de mate waarin leergedrag wordt gestimuleerd en gefaciliteerd. Je kunt dan denken aan uitdagend werk, autonomie en de steun van de leidinggevende. Autonomie, competentie en de verbinding met collega’s en de leidinggevende motiveert werknemers om te leren en om zichzelf verder te ontwikkelen (Hoenderboom, 2020).

Op het gebied van autonomie scoren zzp’ers hoger dan werknemers.

Uit de monitor blijkt dat 70,2% van de zzp’ers bevlogen is qua werk. Daarnaast ervaart 87,2% autonomie en 74% heeft gevarieerde werkzaamheden (Tabel 4). Deze cijfers liggen flink hoger dan bij werknemers.

Zzp’ers scoren in 2024 aanzienlijk hoger dan werknemers op stimulerende factoren voor leren en ontwikkelen: ze zijn veel vaker bevlogen (70,2%), ervaren meer autonomie in hun werk (87,2%) en hebben vaker zeer gevarieerd werk (74%).

Deze waarden liggen structureel boven die van werknemers en blijven over de jaren heen stabiel hoog. Hoewel verbondenheid met een organisatie voor zzp’ers minder relevant is en niet apart gemeten wordt, wijzen de cijfers erop dat zzp’ers dankzij hun grote autonomie en gevarieerd werk een sterk stimulerende leeromgeving ervaren, met een hogere intrinsieke motivatie dan werknemers.

Over de monitor leercultuur 2025

TNO & SER brachten in november 2025 de vierde editie van de monitor leercultuur uit. Ze baseerden de resultaten op meerdere, bestaande enquêtes zoals de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) en de Werkgever Enquête Arbeid (WEA).

TNO & SER definiëren leercultuur als volgt:

“Een leercultuur houdt in dat leren en ontwikkelen binnen een gemeenschap vanzelfsprekend is voor iedereen en voor een belangrijk deel is geïntegreerd in dagelijkse activiteiten”.

Leercultuur bestaat uit verschillende indicatoren De indicatoren van leercultuur zijn in deze monitor geclusterd naar drie groepen die gezamenlijk de leercultuur beschrijven (Sociaal-Economische Raad en TNO, 2025):

  1. Het leergedrag (formeel, non-formeel en informeel leren);
  2. De gevoelde urgentie (behoefte aan scholing en aansluiting van competenties op het werk);
  3. Stimulerende factoren voor leren en ontwikkelen (werkkenmerken en HR-beleid).

Bronnen

Hoenderboom, G. (2020). Werkgerelateerde Psychologische Basisbehoeften en de Motivatie van Werknemers om te Leren. Masterthesis, Open Universiteit, Onderwijswetenschappen, Heerlen. Opgehaald van https://research.ou.nl/en/studentTheses/werkgerelateerde-psychologische-basisbehoeften-en-de-motivatie-va

Sociaal Economische Raad. (2023, November). Bouwen aan een leercultuur op de werkvloer. Den Haag: Sociaal Economische Raad. Opgeroepen op augustus 28, 2024, van https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/overige-publicaties/2023/rapportage-jaargesprekken-llo-2023.pdf

Sociaal Economische Raad en TNO. (2023). Monitor Leercultuur 2023. Den Haag: Sociaal-Economische Raad en TNO. Opgeroepen op februari 2024, van https://publicaties.ser.nl/ser_leercultuurmonitor_2023/cover

Sociaal-Economische Raad en TNO. (2025, november 20). Monitor Leercultuur 2025. Ontwikkelingen in de leercultuur van werkend Nederland. . Opgehaald van SER: https://publicaties.ser.nl/ser_leercultuurmonitor_2025/cover

TNO. (2021). Methodologisch rapport van de monitor leercultuur. Leiden: TNO.

Van der Weide, J., Collou, L., Visschedijk, S., Vos, M., & Corporaal, S. (2022). Bouwstenen van een integrale leercultuur. Tijdschrift voor HRM, pp. 1 – 25.